De Psychologie van Representaties, Taal en Zelfsturing: NLP
- Inna Boukreeva

- 3 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Gebaseerd op NLP‑principes (Bandler) en hypnotherapeutische technieken
1. Inleiding: Hoe het brein realiteit construeert
Het menselijk brein maakt geen scherp onderscheid tussen een echte ervaring en een intern gecreëerde representatie. Neurologisch gezien reageren we op beelden, geluiden, sensaties en interne taal, ongeacht of deze voortkomen uit de buitenwereld of uit onze verbeelding.
Daarom kunnen ervaringen worden herschreven, omgeleid of gehercodeerd via technieken zoals associatie, dissociatie, reframing en representatie‑verandering. Dit vormt de kern van NLP en hypnotherapie.
2. Non‑verbale communicatie en stereotiep denken
Onderzoek laat zien dat ongeveer 93% van onze communicatie non‑verbaal is. We reageren primair op lichaamstaal, intonatie, micro‑expressies en fysiologie.
Omdat het brein snel en efficiënt wil werken, maakt het gebruik van stereotiepe patronen: automatische categorieën en snelle oordelen. Dit mechanisme vormt de basis van wat in de cognitieve psychologie “black psychology” wordt genoemd: het onbewuste, snelle systeem van interpretatie.
Iedereen denkt stereotiep — ook jij, ook ik. Het verschil zit in bewustwording: wie begrijpt hoe stereotypen werken, kan ze inzetten voor het vormgeven van identiteit, imago en persoonlijke kracht.
3. Zelfsturing: Beslissingen en stemming
Een fundamenteel principe binnen NLP is dat je beslissingen neemt vanuit een resourceful state — een toestand waarin je toegang hebt tot je beste cognitieve en emotionele vermogens.
Neem belangrijke beslissingen alleen wanneer je in een goede stemming bent.
Vermijd keuzes wanneer je moe, overprikkeld of emotioneel ontregeld bent.
Je stemming bepaalt welke delen van je brein actief zijn:
In een positieve staat gebruik je prefrontale functies (logica, overzicht, creativiteit).
In een negatieve staat neemt het limbisch systeem het over (angst, verdediging, impuls).
4. Interne taal: De kracht van directe instructie
Negatieve gedachten kunnen worden onderbroken door een stevige interne interventie. Dit is een Bandler‑techniek:
Wanneer je merkt dat je jezelf ondermijnt, zeg intern op een krachtige toon: “Hou op.”
Herhaal dit als een mantra wanneer nodig.
Het brein reageert sterk op intonatie, ritme en directheid. Je interne stem is een instrument dat je kunt trainen.
Daarnaast:
Geef jezelf complimenten op een vriendelijke, zelfverzekerde toon.
Je fysiologie volgt je interne taal.
5. Mentale representaties: Beelden sturen gedrag
Onze interne beelden bepalen onze emoties en acties. Daarom:
Vervang negatieve beelden door heldere, positieve representaties.
Maak ze groter, lichter, dichterbij — het brein reageert op vorm, niet op logica.
Dit is pure NLP: Verander het beeld, en je verandert de staat. Verander de staat, en je verandert het gedrag.
6. Fysiologie: Houding, ademhaling en ankerpunten
Lichaamshouding beïnvloedt direct je neurologische staat. Een open, krachtige houding activeert:
meer zuurstofopname
betere regulatie van het zenuwstelsel
meer toegang tot positieve herinneringen
Oefening:
Adem rustig en diep.
Denk aan een moment waarop je je sterk en goed voelde.
Zie wat je toen zag, hoor wat je toen hoorde, voel wat je toen voelde.
Dit is een klassieke NLP‑associatie‑techniek.
7. Hypnotische taal: Woorden die het brein openen of sluiten
In hypnotherapie vermijden we woorden die het brein “wakker maken” of weerstand oproepen. Het woord “maar” is zo’n woord.
“Maar” ontkracht alles wat ervoor komt.
Het brein hoort vooral: “negeer het eerste deel.”
Daarom gebruiken we in trance‑taal het verbindende woord “en”. Het houdt de ervaring open, vloeiend en ontvankelijk.
Voorbeeld:
“Je voelt je rustiger, en je merkt dat je adem dieper wordt.”
Niet: “Je voelt je rustiger, maar je moet nog even doorzetten.”
Het verschil is neurologisch meetbaar.
Samenvatting van het leshoofdstuk
Het brein maakt geen onderscheid tussen echt en verbeeld.
93% van communicatie is non‑verbaal.
Stereotiep denken is een automatisch mechanisme dat je kunt benutten.
Beslissingen neem je in een positieve staat.
Interne taal kan negatieve gedachten onderbreken.
Mentale beelden sturen emoties en gedrag.
Fysiologie beïnvloedt je neurologische staat.
Hypnotische taal vermijdt “maar” en gebruikt “en”




Opmerkingen